Tijdens de (hybride) bijeenkomst op vrijdag 8 mei hebben SONS deelnemers elkaar gesproken over de laatste ontwikkelingen rondom en binnen SONS. Daarnaast zijn we actief met elkaar in gesprek gegaan over (strategisch) stagebeleid, waarbij we zijn uitgegaan van de behoeften in Suriname, de doelstellingen van de onderwijsinstellingen en de ambitie van SONS om interdisciplinair en vanuit verschillende onderwijsniveau’s samen te werken aan integrale oplossingen voor maatschappelijke opgaven.
Programma
Deel 1
· Opening
· Ontwikkelingen rondom SONS
· Uitwisseling stand van zaken werkgroepen
Deel 2
· Strategisch stagebeleid
· Uitwisseling behoeftes stagebeleid
· Terugkoppeling bevindingen stagebeleid
· Afsluiting
Verslag deel 1: Opening en stand van zaken SONS
Opening
Mevrouw Haidy Lindveld, directeur Hoger Onderwijs bij het Ministerie OWC in Suriname, wordt geïntroduceerd.
- Ze benadrukt het belang van het benutten van projecten, zoals het Erasmus+ programma, voor samenwerking.
- Ze spreekt haar dank uit aan collega's in Nederland die klaarstaan om de samenwerking verder uit te bouwen.
- Irma de Waal, lid kerngroep SONS bedankt haar voor haar bemoedigende woorden en benadrukt de noodzaak om Erasmus-subsidies binnen te halen.
Samenwerking onderwijs Nederland-Suriname
Koosje Spitz, Clustercoördinator mondiaal bij het Ministerie OCW, Nederland, geeft een overzicht van de samenwerking tussen Nederland en Suriname.
- Ze benadrukt het belang van de initiatieven van onderwijsinstellingen zelf, die zich per thema (zorg, ICT, duurzaamheid) organiseren.
- Het ministerie van OCW staat zeer positief tegenover deze georganiseerde aanpak om de onderwijssamenwerking te versterken.
Nieuwe fase van samenwerking: MoU
- In december 2022 is een letter of intent getekend voor een memorandum van overeenstemming (MoU) met een onderwijsagenda. Deze MoU zal in 2026 worden verlengd. Dit markeert een nieuw startpunt voor de komende jaren om de samenwerking te concretiseren.
- Er is een ambtelijke werkgroep opgericht tussen de ministeries, waarvan de leden vastgesteld zijn.
- De eerste bijeenkomst van deze werkgroep zal binnenkort plaatsvinden om de inhoud van het MoU en de prioriteiten van de onderwijsagenda te bepalen.
- Het bezoek van minister van OWC, de heer Currie aan Nederland in april wordt genoemd als een belangrijk teken van de gecontinueerde relatie.
Oproep tot concrete actie
- Koosje Spitz moedigt de deelnemende instellingen aan om concrete stappen te zetten en tastbare projecten te ontwikkelen.
- De hoop wordt uitgesproken dat de instellingen samen ondernemen en de samenwerking verder concretiseren.
Governance
Jeanette van Ommen-Veldhuizen geeft een korte toelichting op de Governance van SONS. In de komende periode wordt deze verder uitgewerkt.
Werkgroep Zorg en Welzijn – Terugkoppeling en Voortgang
- Achtergrond:
- Deelnemers SONS vanuit Koning Willem I College (MBO), NHL Stenden en HAN.
- Jaarlijks gaan circa 35-40 studenten op stage naar Suriname; in een bredere appgroep zijn circa 300 studenten actief.
- Stagebegeleiding:
- Variatie per instelling: meereizende docenten voor projectbegeleiding versus bemiddeling via GuidePoint Suriname
- Domeinen:
- Ziekenhuizen, psychiatrie, ouderenzorg, buurtwerk en sociale instellingen.
- Tastbare impact (november conferentie):
- Reanimatietrainingen, train-the-trainer, levering AED’s, verbeterd lesmateriaal, lesclinics en intensieve samenwerking met Surinaamse initiatieven.
- HAN-onderzoek (studenten):
- Focus op kwaliteit verpleegkundige zorg via interviews en observaties op strategisch niveau.
- Uitkomsten: behoefte aan extra trainingen, versterking opleidingen, aanpak personeelstekorten, professionele houding, digitalisering van dossiers en overdrachten.
- Knelpunten:
- Onduidelijkheid totaal aantal stagiaires per locatie/instelling.
- Concentratie stagiaires op enkele locaties (bijv. ziekenhuizen).
- Stagevergoeding circa €100/week zonder transparantie over besteding.
- Kansen:
- Kruisbestuiving MBO/HBO.
- Idee voor een Living Lab voor integrale samenwerking tussen onderwijsniveaus en instellingen.
- Conclusie: Helder beeld van knelpunten en kansen; Living Lab is veelbelovend en vraagt verdere uitwerking met Surinaamse partners.
2. Crowdfunding Zorg – Maastricht University (She Collaborates)
Tchitula Teuns heeft crowdfunding opgezet (doel €20.000) voor train-the-trainer in Surinaamse zorg via She Collaborates.
- SONS denkt mee over selectie van professionals voor het trainerprogramma.
- Het Surinaamse gezondheidsnetwerk omarmt het initiatief.
- Wordt gezien als opstap naar een Erasmusbeurs; verenigde instellingen vergroten kans op subsidie.
- Conclusie: Concreet en veelbelovend, direct gekoppeld aan werkgroep Zorg; model voor toekomstige subsidietrajecten.
3. Lerarenopleiding PO – Hogeschool VIAA & Pedagogische Instituten Suriname
- Samenwerking Hogeschool VIAA met CPI gericht op niveauverhoging leerkrachten; uitbreiding naar alle PI’s in Suriname (incl. IPABO).
- Voortgang vertraagd door ministeriële wisselingen; recent contactherstel via mevrouw Ormskirk, directeur Algemeen Vormend Onderwijs en minister Currie.
- Projectplan gereed; knelpunten in continuïteit, financiering en capaciteit (vrijwilligers).
- VIAA staat open voor aanvullende partners.
- Conclusie: Project klaar voor herstart; borging ministeriële continuïteit en financiering zijn cruciaal.
4. Lerarenopleiding VO – Werkgroep Voortgezet Onderwijs (NHL Stenden e.a.)
- Werkgroep met circa 15 actieve leden; thema’s: online didactiek, curriculumvernieuwing, stagebegeleiding, tekortvakken.
- Drie projecten:
- Open source online leeromgeving
- Stagebeleid (later die dag)
- Curriculumvernieuwing VO
- Inspiratiebijeenkomst gepland juni 2026 over dekolonisatie van het curriculum.
- Overlap tussen werkgroepen wordt als kans gezien.
5. Project International Classroom – Amsterdamse Hogeschool voor de Kunst
- Dennis Meijer introduceert “International Classroom”: een open source digitale leeromgeving, voortzetting van een eerdere onderwijsprijs.
- Doel: gelijkwaardige onderwijssituatie voor diverse regio’s en achtergronden.
- Ontwikkeling via een voorbeeldproject; resultaten worden gedeeld binnen SONS voor brede toepassing.
6. Thema Groen – Interdisciplinaire Samenwerking Suriname-Nederland (BioREPS, One Health)
- Update over samenwerking met Anton de Kom Universiteit binnen BioREPS; focus op One Health in stedelijke gebieden (Paramaribo).
- Concreet voorstel: onderzoek waterkwaliteit en -huishouding, met chemische, biologische, antropologische, medische, technische en juridische invalshoeken.
- Doel: stageplekken en matching van studenten uit Nederland en Suriname.
7. Thema Techniek en Digitale Transformatie
- Werkgroep benadrukt technologie als middel; zoekt verbinding met didactiek, gezondheidszorg en agricultuur.
- Focus op “omgekeerde ontwikkeling”: lessen uit Suriname/Ghana toepassen in NL (Hogeschool Utrecht).
- Thema’s: curriculumverandering en dekolonisatie in digitale en duurzaamheidstransformatie.
8. Thema Media en Cultuur – Theaterdocentenopleiding
- Dennis Meijer en Marjorie Helstone werken aan verkorte, deeltijd theaterdocentenopleiding i.v.m. docententekort in Suriname en de Cariben.
- Doel: geaccrediteerd hbo-diploma; geplande start september 2027.
- Onderzoeksweken: ABC-eilanden (mei 2026) en Suriname (oktober 2026) voor inhoud en structuur.
- Partners: Conservatorium van Suriname, IOL, NACS; Conservatorium gestart met pre-bachelor als onderzoeksjaar.
9. Thema Business, Finance & Governance
- Groepsleider afwezig; weinig activiteit in de groep.
10. Curriculumvernieuwing Suriname – Analyse en Knelpunten
- Kloof tussen instroomniveau (PABO) en verwachte competenties op HBO/MBO.
- Onvoldoende verticale afstemming tussen onderwijsniveaus.
- Knelpunten:
- Te theoretisch, weinig praktijk.
- Beperkte digitale vaardigheden/middelen.
- Gebrek aan kritisch denken.
- Verouderde curricula (scholen en pedagogische instituten).
- Beperkte betrokkenheid bedrijfsleven, vooral bij MBO.
- Benodigde stappen:
- Onderzoek competentiekloof per instelling.
- Curriculum-analyse en integratie 21e-eeuwse vaardigheden en SDG’s.
- Professionalisering van leraren/docenten.
- Opsplitsen in deelprojecten voor financiering.
- Scope: lerarenopleidingen en VO-scholen.
- Conclusie: Omvangrijk; afbakening in beheersbare deelprojecten vereist voor financieringsaanvragen.
Vervolgacties
- Presentatie Marieke van den Broek (Werkgroep Zorg en Welzijn) (zie bijlage)
- Living Lab-concept uitwerken met projectleider, tijdlijn en stappenplan; afstemmen met Surinaamse partners.
- Transparantie over besteding stagevergoeding (€100/week) onderzoeken; verantwoordelijke en proces benoemen.
- Inzicht verkrijgen in totaal aantal stagiaires per instelling en per locatie in Suriname.
- Crowdfunding She Collaborates (€20.000) ondersteunen; SONS bepaalt besteding trainerprogramma.
- Hogeschool VIAA: projectplan PO verder afstemmen met mevrouw Ormskirk en de heer Currie; aanvullende partners werven.
- Curriculumproject VO afbakenen in deelprojecten geschikt voor financieringsaanvragen; planning en trekkers benoemen.
- Inspiratiebijeenkomst dekolonisatie curriculum organiseren (heeft inmiddels plaatsgevonden, voor meer informatie neem contact via contact@sons.nu.
- Dennis Meijer: nieuwe datum plannen voor presentatie open source leeromgeving; voorbereiding borgen.
- Stagebeleid VO verder bespreken in de middag; uitkomsten vastleggen.
- Werkgroep Groen (incl: biodiversiteit en aquacultuur) bijeenkomst vóór de vakantie voor concrete stappen.
- Werkgroep Techniek en Digitale Transformatie: leden in kaart en bijeenkomst plannen.
- Plan opstellen om werkgroep Business, Finance & Governance nieuw leven in te blazen.
Verslag deel 2 - Stagebeleid
Tijdens de werkconferentie in november 2025 van SONS werd duidelijk dat er een grote behoefte is aan een duurzaam en vraaggestuurd uitwisselings- en stagebeleid dat aansluit op de behoeften van Surinaamse instellingen én studenten uit beide landen versterkt in hun professionele en persoonlijke ontwikkeling. Soms zijn er overschotten aan stagiaires op bepaalde plekken, welke mogelijkheden hebben we om hier vanuit de SONS gedachte mee om te gaan?
Op basis van bovenstaande heeft de werkgroep lerarenopleidingen VO het initiatief genomen voor het project Strategisch Stagebeleid. Omdat het project niet alleen om onderwijsinstellingen gaat, zoekt de projectgroep leden uit andere werkgroepen om hierbij aan te haken.
Dit project omvat:
- Inventarisatie van behoeften binnen Surinaamse instellingen en organisaties, inclusief tekorten, ontwikkelvragen en mogelijkheden voor samenwerking en kennisuitwisseling.
- Het opstellen van een gezamenlijk uitwisselings- en stagebeleid, waarin helder wordt welke instellingen stage- en uitwisselingsplaatsen bieden, onder welke voorwaarden en met welke begeleidingsstructuur.
- Gerichte plaatsing van Nederlandse en Surinaamse studenten binnen organisaties en instellingen waar behoefte bestaat aan stagiairs, kennisuitwisseling en samenwerking.
- Het ontwikkelen van gezamenlijke inhoudelijke opdrachten waar verschillende uitwisselingsstudenten aan kunnen haken en die eventueel kan worden overgedragen aan andere studenten voor verdere uitvoering.
- Ontwikkelen van gezamenlijke opdrachten gericht op sensitiviteit, responsiviteit en interculturele vaardigheden die relevant zijn binnen diverse professionele contexten.
- Professionalisering van werkplekbegeleiders en betrokken professionals, zodat studenten effectief begeleid en ondersteund kunnen worden tijdens hun stage- of uitwisselingstraject.
- Structurele samenwerking en coördinatie tussen Surinaamse en Nederlandse instellingen, waarbij de behoeften van Surinaamse partners leidend zijn en samenwerking plaatsvindt vanuit wederkerigheid, gelijkwaardigheid en gedeelde expertise.
SONS streeft naar inter- en multidisciplinaire samenwerkingen, wat de samenwerking met meerdere instellingen gaat versterken. Daardoor kunnen we een transparant, haalbaar en impactvol systeem met elkaar creëren, waarin
- Stagiairs worden ingezet waar de meeste behoeftes liggen en ze het meest kunnen bijdragen.
- Onderwijsinstellingen en werkplekken duidelijke kaders en ondersteuning krijgen.
- Surinaamse én Nederlandse studenten betekenisvol leren met meer impact.
- Wederzijdse kennisuitwisseling vanzelfsprekend wordt.
Stagebeleid – Kernprincipes en uitgangspunten
- Didactisch vertrekpunt
Stages worden vormgegeven vanuit een thematische en/of projectmatige benadering, waarbij betekenisvol en contextgericht leren centraal staat.
- Multi-/ interdisciplinair leren
Studenten uit verschillende opleidingen en werkvelden werken samen aan gezamenlijke vraagstukken, met als doel integrale oplossingen en brede professionele ontwikkeling.
- Relevantie
De invulling van stages sluit aan bij de behoeften in Suriname en bij de doelstellingen van Nederlandse instellingen.
- Duurzame samenwerking
Het stagebeleid is gebaseerd op samenwerking met onderwijsinstellingen, werkveldpartners en maatschappelijke organisaties. Hierbij wordt ingezet op gelijkwaardigheid, gezamenlijke verantwoordelijkheid en langdurige relaties.
Binnen de projectgroep Strategisch Stagebeleid is er nagedacht over een betekenisvolle en toekomstbestendige invulling van stages. Dit heeft geleid tot het idee om stages vorm te geven vanuit de principes van een Living Lab. In Nederland zijn hier meerdere voorbeelden van en werken meerdere scholen op basis van een dergelijke onderwijsvorm, bijvoorbeeld Design-Based Education (DBE).
Stages binnen een living lab/design based education (DBE)
Dit is een leeromgeving waar studenten, professionals uit diverse werkvelden en docenten samenwerken om vanuit realistische praktijkvraagstukken innovatieve oplossingen te bedenken en uit te testen.
Kenmerken: multi-interdisciplinair, persoonlijk leiderschap, duurzaamheid, design thinking (real-life vraagstukken, praktijkgericht onderzoek en innovatie), internationaal/intercultureel.
Tijdens de themadag is dit living lab idee aan de hand van een drietal vragen aan iedereen voorgelegd. In kleine werkgroepjes is hier met elkaar over gesproken en zijn er kansen, aandachtspunten en suggesties genoemd. Doel van vandaag was input ophalen onder de aanwezigen met betrekking tot het idee van een living lab om het strategisch stagebeleid verder vorm te kunnen geven, zodat het stagebeleid ook breed gedragen gaat worden. Er wordt ook benadrukt dat iedereen zich vrij moet voelen om andere ideeën in te kunnen brengen.
Vragen voor de werkgroepjes
- Zou een living-lab een werkbare vorm kunnen zijn om stages te organiseren en onze kernprincipes en uitgangspunten van een strategisch stagebeleid te kunnen bereiken?
a. Welke voordelen zien jullie?
b. Welke nadelen zien jullie?
- Hoe zien jullie de begeleiding mbt living-lab/wat betekent dit voor de begeleiding? Denk aan de volgende vragen:
- Hoe organiseren we de begeleiding van studenten?
- De kwaliteit van de begeleiding/ Wat is nodig om goede begeleiding te bieden, zowel lokaal als op afstand?
- Wat vraagt dit van begeleiders?
- Welke professionalisering is nodig, bijvoorbeeld op het gebied van interculturele sensitiviteit en begeleiden in internationale context?
- Zijn er nog andere ideeën/vormen dan het living-lab om onze kernprincipes en uitgangspunten te kunnen waarborgen?
Plenaire nabespreking
Zou een living-lab een werkbare vorm kunnen zijn om stages te organiseren en onze kernprincipes en uitgangspunten van een strategisch stagebeleid te kunnen bereiken?
Algemene conclusie
Een Living Lab wordt als een kansrijke methode gezien om interdisciplinaire samenwerking concreet vorm te geven. De aanpak sluit goed aan bij de ambitie om studenten vanuit verschillende opleidingsniveaus en disciplines gezamenlijk te laten werken aan maatschappelijke vraagstukken. Er zijn echter ook aandachtspunten en nadelen benoemd.
Genoemde voordelen
- Een Living Lab biedt een natuurlijke omgeving voor interdisciplinair samenwerken.
- Kans om te leren en te ontwikkelen, goed voor de vorming van de student.
- Studenten van verschillende opleidingsniveaus (oa MBO, HBO en WO) kunnen gezamenlijk bijdragen aan praktijkvraagstukken en op meerdere niveaus met elkaar samenwerken en interactie laten zien.
- Het samenbrengen van praktisch en theoretisch opgeleide studenten wordt gezien als een waardevol experiment dat de ontwikkeling van soft skills stimuleert.
- Studenten leren gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen voor taakverdeling, samenwerking en projectuitvoering.
- Individuele begeleiding vanuit de eigen onderwijsinstelling kan blijven voorzien in de benodigde vakinhoudelijke en toetsingsgerichte begeleiding.
- Ervaring op het gebied van interdisciplinair en intercultureel samenwerken wordt als belangrijke leeropbrengst gezien, naast formele beoordelingscriteria.
- Mooie kans om aan te sluiten bij Hogeschool HAN en COVAB: zij zijn bezig een leerafdeling op te zetten in een ziekenhuis in Paramaribo, waarbij studenten ingezet worden om de afdeling te runnen waarbij verpleegkundigen meer een coachende rol hebben en de studenten begeleiden. Dit sluit aan bij het concept van living-lab. De HAN wil graag met de projectgroep Strategisch Stagebeleid hierin samen optrekken en de krachten bundelen. Kans: het zou mooi zijn als de vraagstukken die vanuit de leerafdeling genoemd worden, ook samen met andere domeinen opgepakt kunnen worden. Mooie kans om aan te sluiten bij de leerafdeling in een ziekenhuis in Paramaribo waarmee de HAN en COVAB bezig zijn (vooral vanuit gedeelde verantwoordelijkheid).
Genoemde aandachtspunten/nadelen/risico’s
- Onderwijsinstellingen hanteren verschillende vormen en benamingen voor praktijkleren, zoals stages, beroepspraktijkvorming (BPV), projecten en afstudeeronderzoeken.
- Er bestaan verschillen in duur, planning, beoordelingsvormen en eventuele vergoedingen tussen opleidingen en onderwijsniveaus.
- Deze verschillen kunnen het organiseren van gezamenlijke projecten bemoeilijken en vragen om goede afstemming tussen betrokken instellingen.
- Er worden inbeddingsproblemen verwacht.
- Het vraagt om andere competenties, een andere mindset, een duidelijke structuur, doelen en benodigdheden: dat moet in kaart gebracht worden.
- Living lab is een goed idee, maar nu nog een brug te ver. Eerst de randvoorwaarden op orde hebben om iets nieuws in Suriname neer te zetten bv investeren in de samenwerking.
Hoe zien jullie de begeleiding mbt living-lab/wat betekent dit voor de begeleiding? Zijn er nog andere ideeën/vormen dan het living-lab om onze kernprincipes en uitgangspunten te kunnen waarborgen?
- Het belang van de kernwaarden gelijkwaardigheid, wederkerigheid, gezamenlijke kennisontwikkeling wordt benadrukt. Hierbij werd benadrukt dat samenwerking niet alleen gericht moet zijn op leren in Suriname, maar ook op wederzijds leren tussen Suriname, Nederland en eventueel andere internationale partners.
- Investeren in samenwerking onderwijsinstellingen NL en SU op het gebied van professionalisering bv train de trainer (training om oa de andere competenties te leren).
- Maak een lijst met bestaande labs en/of van vraagstukken die leven in de instellingen en voor welke disciplines dat interessant kan zijn. Zichtbaarheid hiervan is nodig.
- Er moet een gedeelde verantwoordelijkheid zijn.
- Van belang dat er een duurzaam ontwikkelingstraject is waar stages aan gekoppeld zijn.
- Term ’stages’ kan voor een smal denkkader zorgen.
- PABO: vraagt zich af wat de meerwaarde is van weer iets nieuws als living lab, terwijl er al mooie invullingen van stages en opdrachten liggen die werken en er al een mooie structuur staat. Dit leidt tot de opmerking dat living lab en huidige stagevormen elkaar niet hoeven te bijten en dat stages waarbij een student praktijkervaring opdoet in de instelling ook moeten blijven bestaan/niet weggooien. Maak daarom onderscheid tussen living labs en ‘gewone stages’.
- De ministeries in SU en NL ondersteunen de samenwerking, daar gebruik van maken.
- Seizoenen: goed in kaart brengen hoeveel studenten wanneer en waar nodig zijn, verspreiden over een heel jaar, zodat niet iedereen tegelijk gaat.
- Als je living lab wat meer koppelt aan echte stakeholders, dan is de continuïteit nog meer gewaarborgd.
- Praktijkvraagstukken moeten scherp opgesteld en geformuleerd worden in samenwerking tussen de instellingen en de begeleiders van de opleiding. Het moet gericht zijn op innovatieve oplossingen van het probleem/vraagstuk.
- Het curriculum van SU en NL moet op elkaar afgestemd worden: welke studiepunten tellen mee en rekening houden met accreditatie.
- Vanuit de chat nog een aantal opmerkingen:
- Het aanbieden van marktconforme stageplaatsen die goed aansluiten op de actuele werkzaamheden en behoeften van bedrijfsleven binnen de technische sector die relevant is voor de arbeidsmarkt.
- Het inzetten van goed getrainde stagebegeleiders die in staat ijn om zowel de stagiair als het stagebedrijf optimaal te begeleiden.
- Het stimuleren van uitwisselingsprogramma tussen beide landen. Het biedt beide landen de kans om kennis, inzicht en vaardigheden met elkaar te delen en van elkaar te leren.
- Het ontwikkelen van een verkorte geaccrediteerde HBO-opleiding voor techniekdocenten gecombineerd met een aangepast curriculum dat beter aansluit op de actuele behoefte van de arbeidsmarkt en de technologische ontwikkelingen binnen het bedrijfsleven.
Mogelijke inhoudelijke thema's voor Living Labs
- Water als overkoepelend thema
Het thema water werd positief ontvangen als mogelijke kapstok voor multidisciplinaire projecten.
Mogelijke deelprojecten die werden genoemd:
- aquacultuur;
- ecologisch watermanagement;
- gezondheidsvoorlichting en preventie;
- maatschappelijke en culturele betekenis van water;
- religieuze perspectieven op water;
- natuurlijke waterzuivering door middel van waterplanten of boomsoorten die vervuilende stoffen uit water kunnen opnemen.
Dergelijke deelprojecten kunnen studenten vanuit verschillende opleidingen en instellingen de mogelijkheid bieden om vanuit hun eigen expertise aan een gezamenlijk vraagstuk bij te dragen.
Overkoepelend beeld uit de groepen
De volgende thema's komen duidelijk naar voren:
- Living Lab wordt breed gezien als een kansrijke werkvorm.
- Interdisciplinair en intercultureel samenwerken vormt een belangrijke meerwaarde.
- Duurzame samenwerking en wederkerigheid moeten centraal staan.
- Er is behoefte aan duidelijke afspraken over begeleiding, verantwoordelijkheden en organisatorische randvoorwaarden.
- De meerwaarde van de SONS-aanpak ten opzichte van reguliere stages vraagt om verdere concretisering en profilering.
- Concrete maatschappelijke thema's, zoals water, kunnen dienen als verbindende context voor gezamenlijke projecten.
- Overige opmerkingen met betrekking tot stages in het algemeen
- Financiering, de opvang, visumaanvraag van Surinaamse studenten die naar Nederland willen is een probleem.
Wenselijk: een centrale instelling voor het regelen van stages en helpt bij de visumaanvraag. Het ontvangende land moet de studenten goed opvangen.
- Beoordeling: begeleiders vanuit de praktijkinstellingen in Suriname worden doorgaans niet betrokken bij de beoordelingen. Behoefte om mede te beoordelen en beoordelingslijsten te ontvangen zodat duidelijk is waar de student op beoordeeld moet worden. Gepleit wordt om bij de beoordeling van de student ook de stage-instelling te betrekken en niet alleen de onderwijsinstelling in NL.
- Belangrijk dat SU studenten ook naar NL of een ander land kunnen om kennis uit te wisselen en ervaringen op te doen. Het heeft meerwaarde als studenten die in een ander land zijn geweest dat bij terugkomst delen met andere studenten.
- Curriculum van Suriname en Nederland moet bij voorkeur op elkaar worden afgestemd.
- Belangrijk dat studenten tijdens hun stage meedoen met culturele activiteiten in Suriname.


Bekijk de presentatie